Orval Jongeren in Gebed OJP


Conférence samedi 5 août 2017

1. Inleiding

De rode draad van onze samenkomst hier in Orval is: “In Hem (God), vind ik mijn vreugde”. Hoe kan ik de vreugde, de vrede en het geluk op het spoor komen in het psalmgebed, in het bijzonder in psalm 4? Voor ons christenen is Christus diegene die voor ons de Schriften ontsluit. Het boek der psalmen maakt deel uit van het gemeenschappelijk patrimonium van de synagoge en de Kerk. “De Kerk mag niet vergeten dat zij de openbaring van het Oude Testament heeft ontvangen van het Joodse volk. Zowel Jezus en Marie waren jood. De Kerk bewaart ook in haar herinnering, dat uit het Joodse volk de Apostelen zijn geboren, de grondslagen en zuilen van de Kerk, evenals die talrijke eerste leerlingen, die Christus' Evangelie aan de wereld hebben verkondigd. De eerste christenen zetten de joodse tradities verder en voegen eraan toe : het doopsel en de Eucharistie.” (cf. Nostra Aetate n°4  Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten - Tweede Vaticaans concilie).In de christelijke Traditie wordt psalm 4 ’s avonds gebeden. De gelovige vraagt aan God hem de vreugde en het geluk te schenken. De rust vinden is niet enkel goed kunnen slapen. Het betekent ook de innerlijke rust kunnen vinden, hoopvol wachtend tot wanneer God ons volkomen opneemt in zijn goddelijk leven. Wanneer we iedere avond een moment inplannen om het even stil te maken voor God en om Hem onze zorgen toe te vertrouwen, dan zal Hij onze last zeker tot de zijne maken en ons ervan verlichten. Er bestaat niets beter om een rustige nacht tegemoet te gaan (en een goede dag ook), dan een rustig moment door te brengen in Gods aanwezigheid. Laat ons nu de tekst van dichterbij bekijken zoals hij te vinden is in de Willibrordvertaling van het boek der psalmen. Wanneer alles goed gaat, of relatief goed, is het gemakkelijk om Gods handelen in ons leven te (h)erkennen. Het is heel wat moeilijker wanneer ons leven gelijkt op een mijnenveld waar alles ons vijandig lijkt. Wanneer we de slaap niet langer kunnen vinden, is het hoogtijd om ons vertrouwen in God te versterken.

2. Tekst en context van Ps 4

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David.
2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet! Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed.
3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?
4 De Heer schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de Heer luistert als ik tot hem roep.
5 Beef voor hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg.
6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de Heer.
7 Vele zeggen: "Wie maakt ons gelukkig? " Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen!
8 In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn.
9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, Heer, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.

Getroost door het gebed hervindt de psalmist de vrede alsof zijn smeekgebed reeds verhoord werd. Hij beveelt het vertrouwen aan in de Heer, die het gebed verhoort wanneer dit met een oprecht hart gebeurt en gepaard gaat met een gepast offer (v.4-6).De Traditie schrijft psalm 4 toe aan David (v.1). Het gaat om een vurig gebed, vol vertrouwen op basis van de ervaringen van het verleden. De psalmist begint met een smeekbede: “Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet! Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed (v. 2). De uitdrukking “God die me recht doet” moet in verband gebracht worden met de idee van bekrompenheid, benauwdheid, onderdrukking en angst. In een andere versie horen we dat God ons bevrijd van al onze angsten en bekrompenheid. De angst kan vergeleken worden met een omheining in contrast met een groter omliggend domein. De mens die zijn toevlucht neemt tot het gebed heeft reeds beproevingen doorstaan die hem of haar in het nauw dreven. Hij of zij wordt bevangen door angstgevoelens omwille van stressvolle en ingewikkelde situaties. Door het gebed wordt hij/zij als het ware bevrijd uit de greep van de angst, zoals men ontsnapt uit een vangnet. In vers 3 richt de poëet zich tot de boosdoeners, de dwazen. Hij denkt eraan om hen op hun (sterf)bed te zeggen: “Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? (v. 3). In een andere versie horen wij: liefde voor het niets: de afgoden.In verzen 3-6 lezen we een waarschuwing voor al wie God vergeten zijn. In deze verzen richt de psalmist zich tot al wie nalatig zijn in het dienstwerk van de Heer. Ze krenken God in zijn eer door de lauwheid van hun dienstwerk (v.3). De uitdrukking “ liefde voor de schijn en de leugen nemen als leidraad” (v.3) verwijzen naar de afgoden en het najagen van al wat vergankelijk is.Vers 3 verwijst naar het leven van koning Saul. De psalmist benadrukt Sauls verdorvenheid. De eerste koning van Israël voor David (1 S 9), werd door God verworpen (1 S 15,23). Tijdens de oorlog met de Filistijnen, gaat Saul zelfs over tot het  raadplegen van de doden, een andere vorm van afgoderij (1 S 28). Wie zijn toevlucht vindt bij andere goden, beledigt de Ene ware God.Psalm 4 spreekt over de zoektocht naar vreugde en geluk waar zovelen non-stop naar op zoek zijn. Vele vragen zich af: "Wie maakt ons gelukkig?" (v. 7)  De psalmist wilt dat iedereen zijn geluk vindt in de Heer en dat Hij het licht van zijn gelaat over ons allen laat schijnen! (v.7).“Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen! (v.7). Enkel de mens is in staat om zijn hart open te stellen voor de Heer en er een plaats voor Hem te bereiden. God is Licht en Hij laat de gelovige deelnemen aan zijn helderheid. Met het licht, worden de bekers gevuld; dit is de ontspanning en de verbondenheid met God en de medemens (cf. de Eucharistie). Wanneer we ons wenden tot het gebed, maken we ons ontvankelijk voor het weldoen van de Heer. Soms voelt tijdens het bidden, Gods aanwezigheid in mijn leven als een evidentie aan. Heb je je gezicht reeds voelen ontspannen bij het horen van het Woord Gods?Begeesterd door zijn eigen ervaringen, vermaant de psalmist de rustelozen om geduldig te zijn, net zoals hij, want het echte geluk, de echte vrede komt van God. Wanneer God zijn aangezicht over ons laat schijnen, wil dit zeggen dat Hij tevreden is van diegenen naar wij Hij zijn blik richt. Hij is aldus bereid hen te zegenen met al zijn gaven (v.8-9). De constante zoektocht naar het ware geluk, die steeds opnieuw eindigt met een gevoel van onvoldaanheid, is een constante voor iedere mens én even oud als de wereld! Waarom steeds dit gevoel van onvoldaanheid? Omdat deze zoektocht zich beperkt tot materiele dingen of de egoïstische bevrediging van onze persoonlijke interesses. In de Bijbel lezen we dat het ware geluk gelijkstaat met de vreugde van God te mogen kennen. Dit ware geluk geeft de vrede en de gerustheid van het hart.Het geluk bekeken op het niveau van bezittingen, rijkdommen, succes, gezondheid, enz. is een geluk dat God ons niet blijvend kan garanderen. De Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen die op die manier begunstigd waren met Gods zegen. Maar er zijn ook voorbeelden van rechtvaardigen, oprechte gelovigen, die alles verloren hebben.

3. David in verband met Ps 4

De Traditie schrijft psalm 4 toe aan David (v.1). Koning David is een grote figuur in zowel de joodse als de christelijke traditie. Onze Heer Jezus Christus wordt geduid  als zoon van David (Mt 1,1s.). In dit deel zal ik geregeld het woord “midrash” in de mond nemen. Het gaat hier om teksten afkomstig uit de synagogen met als bedoeling om smaak te geven aan de H. Schriftteksten.De teksten zijn met elkaar verbonden als een halsketting die vrouwen weleens dragen. Toegepast in onze context: het aan elkaar rijgen van de parels bestaat erin om andere Bijbelpassages te vinden waar er sprake is van vreugde, vrede en geluk in God. De Heer heeft de smekeling een of meerdere malen bevrijd uit zijn angst. Het aantal wordt niet aangeven, maar we kunnen ze terugvinden in het leven van David. Op het einde van de 19de eeuw, heeft paus Leo XIII (1810-1903) aan een groep Belgische bedevaarders gezegd: “we zijn allen geestelijke joden”. Ik heb enkele passages uitgekozen die het totale vertrouwen van David in God en zijn vaderlijke liefde onderlijnen. Ik denk aan deze twee aspecten, omdat ik mij richt tot jullie, de jeugd; die op de drempel van de vruchtbaarheid staat. Maar laat het ons nu hebben over David. In het leven van David komen zowel de vroomheid als de zondigheid voor. 
David: niets menselijks is hem vreemd. Wat David betreft kunnen we spreken van verwondering: “Alles wat David ondernam bracht hij tot een goed einde, want de Heer was met hem “ (1 S 18,14). De goddelijke uitverkiezing van David heeft echter een keerzijde: het welslagen van zijn koningschap. Er staat geschreven dat “gans Israël en Judea David lief had”. Gesterkt door de goddelijke zalving toegediend door Samuel (1 S 16), realiseert David zijn eerste heldendaad ten koste van de Filistijnen en dit door het doden van Goliath (1 S 17). Vooraleer David het gevecht aangaat met de Filistijnse reus,  sprak David met Saul om hem te zeggen dat “De Heer die mij gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de handen van die Filistijn” (1 S 17,37). Hij zei eveneens tot Goliath: “U komt op mij af met zwaard, werpspies en sabel, maar ik kom op u af met de naam van de Heer van de machten, die u getart heb” (1 S 17,45). Mijn broeders en zuster, hier kan men zich de vraag stellen of God de vijand van mijn vijanden is? Het vervolg van het verhaal toont ons aan dat David niet zo makkelijk te vatten is. Hij is zowel nederig als geduldig, scherpzinnig en vol vertrouwen in de Heer. Maar koning David is ¬niet zonder zwakheden. Tijdens een avondwandeling op het terras van het paleis ziet David een vrouw en hij begeert haar.  Na zich geïnformeerd te hebben over haar familiale situatie, pleegt hij overspel en stuurt hij haar man de dood tegemoet (2 S 11). De midrash zegt ons het volgende: “de driften zijn het hardnekkigst in de ochtend en de avond. Daarom ging hij laat slapen en stond hij vroeg op”.Wat later pleegt David een ander misdrijf. Het gaat om de volkstelling van het volk, een initiatief dat door God wordt afgekeurd. De profeet Gad stelt hem sancties voor zoals oorlog en de pest. David antwoordt dat het beter is te vallen in de handen van God dan te vallen in mensenhanden (2 S 24,12). David is een koning, maar ook een vader. Het meest opvallende kenmerk van David tegenover zijn kinderen is het publiekelijk uiten van zijn gevoelens als vader. Na de moord op Urie, de echtgenoot van Bathseba, wijkt het zwaard niet langer van het huis van David. Zijn oudste zoon Amnon verkracht zijn halfzus Tamar. Amnon wordt vervolgens gedood door Absalom, de broer van Tamar. Absalom pleegt een staatsgreep waarop David moet vluchten naar Jordanië. Absalom zelf wordt verslagen door Joab, de generaal van David. Vermoeid door de oorlogen en het ouder worden, eigent Adonias zich de troon toe. David is Adonias te snel af en laat Salomon de troon bestijgen (1 R 1).Bij de dood van zijn zoon, en zijn rivaal, zien we dat David rouwt over zijn zonen wanneer hij denkt dat ze allen in de handen zijn gevallen van Absalom (2 S 13,30-31); vervolgens in de handen van Amnon, de verkrachter, en dit gedurende enige tijd. Nog indrukwekkender is de ontreddering die hem overvalt bij de dood van Absalom, want het gaat niet om een rituele jammerklacht. David wordt door een huivering bevangen en sluit zich op in een kamer om te wenen, zich het gezicht verbergend bij het zetten van 100 stappen met de woorden: “mijn zoon Absalom, Absalom mijn zoon”  (2 S 19,1-5). David wil de plaats innemen van zijn dode zoon. Zijn generaal Joab beschuldigt hem van weekheid: “jij houdt van wie je haten en je haat wie je liefhebben” (v.7.). Maar de dode Absalom is zijn zoon! En voor David vermengen zich twee verantwoordelijkheden: de plichten van een koning en de tederheid van een vader. De tekst wil ons op twee zaken wijzen doorheen het gedrag van David: een betreurenswaardige zwakheid of de tekst wil ons eerder een beeld schetsen van een vertrouwvolle en gulle vader, misbruikt door zijn middelmatige zonen. Davids gevoeligheid wordt weergegeven op een delicate manier met betrekking op zijn kinderen: de genegenheid van een vader die door sommigen als een zwakheid wordt gezien. De midrash voegt eraan toe: Men bracht David van alles op de hoogte, maar hij zuchtte slechts. Hij zei: “Mijn kinderen die ik niet kan terugnemen wanneer ik terugblik op mijn eigen zondigheid”. David, een ouder die begrijpt waar het om gaat.Velen zeggen: “Wie maakt ons gelukkig” (v.7)? Veel mensen zijn bevreesd door de zorgen van morgen. Denk ik in mijn avondgebed aan de ouders die door de zorgen van hun kinderen de slaap niet kunnen vinden ? Wanneer we ’s avonds bidden, bidden we voor gans de mensheid en dragen we deze tot bij God.

4. God voorziet in al mijn noden

“In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn” (v.8). De vreugde Gods wordt in verband gebracht met de vreugde van de oogst. De hoofdprioriteit van de pater familias is te voorzien in de noden van de zijnen. De ongerustheid is een weigering te geloven dat God mijn leven leidt. Dit vers roept ons op om ons geheel te verlaten op God. Hij is het die ons het leven schenkt en alles wat we nodig hebben om te groeien. Dit wil echter niet zeggen dat we niet langer moeten plannen of voorzien in ons onderhoud. We moeten gaan werken om brood op de plank te brengen. God voorziet voedsel voor de mens, maar de mens moet planten, de grond bewerken en besproeien. God schenkt ons niet enkel het leven, het mooiste geschenk van de mensheid, hij geeft ons ook wat we nodig hebben om te kunnen groeien. We kunnen dus vol vertrouwen vragen aan de Heer dat hij ons voorziet in voedsel. Niet dankjewel zeggen tegen God is een kwestie van ondankbaarheid. Het vers 8 brengt ons ertoe om steeds opnieuw zich te verzekeren dat we altijd over het nodige zullen beschikken. De psalm eindigt met een volkomen vertrouwen: “In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, Heer, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis” (v.9). In Gods aanwezigheid is de dag van morgen niet langer een bron van rusteloosheid. De volgende dag brengt zijn eigen zorgen en moeilijkheden met zich mee. Wanneer ik dag en nacht aan de Heer toevertrouw, worden de moeilijkheden van morgen meer draagbaar. Ik word ertoe uitgenodigd om een dag tegelijk te beleven in de vreugde en het vertrouwen. God geeft me de kracht en de leiding om ze te overstijgen. De psalmist wil dat ik me redelijkerwijs voorbereid op de dag van morgen. Het is terecht om de problemen van morgen te anticiperen door een herstellende slaap, op krachten te komen door een klimaat van vrede te creëren, te voorzien in mijn noden, mij voor te bereiden op wat er van mij zal gevraagd worden,… God voorziet in al mijn noden. Hij belooft me brood en wijn (v.8), maar ook de nodige slaap om de dag van morgen te doorstaan. De angst voor morgen zorgt onnodig voor bijkomende lasten van het leven.

5. Mijn lichaam als bondgenoot

De Bijbel erkent dat het menselijk lichaam geschapen is door God. Het is gezegend en wordt “tempel van de H. Geest” (1 Kor 6,19). De Kerk heeft een groot respect voor het menselijk lichaam en viert het, want het heeft mogen baden in het water van ons doopsel en is voorbestemd voor de verrijzenis. God heeft belooft te voorzien in onze lichamelijke noden indien we Hem als eerste zoeken. Psalm 4 geeft aan dat God waakt over het basisritme van ons lichaam: slaap, eten, ontspanning. Laat ons ons lichaam liefhebben zoals God het liefheeft. God belooft de rust aan diegenen die hem aanroepen (v.9). Ik zie hierin ook datgene dat ik nodig heb om goed te kunnen ontspannen. Tijdens de eerste maanden van de kindertijd, staat de moeder in voor het lichamelijk evenwicht van haar kind. Het kind leert met zichzelf te leven, want zijn lichaam is ook zijn bondgenoot.Onze gezondheid. We denken eraan wanneer we haar aan het verliezen zijn. We moeten al het mogelijk doen om haar te verwerven en te bewaren. Waar ben ik in mijn manier van leven in mijn lichaam? Hoe bereid ik me voor op mijn slaap? Mijn gevoelens kunnen een negatieve impact hebben op mijn slaap: slecht nieuws, een teleurstelling door een vriend, aanhoudend lijden,… Ik lijd niet langer aan een aandoening, maar het feit zoveel geleden te hebben. Een overvloed aan emoties verstoort mijn lichaamsevenwicht. De vermoeidheid, de ontmoediging, het gevoel overbodig te zijn! Ben ik wel voldoende aandachtig voor de signalen die mijn lichaam me geeft? Wat mijn gezondheid betreft, moet ik de moeite doen te begrijpen wat me overkomt.Ik citeer hier een document van de Kerk : "Zich vol vertrouwen overgeven aan de voorzienigheid van de hemelse Vader bevrijdt de mens van zorgen voor de dag van morgen. Het vertrouwen op God bereidt de mens voor op de gelukzaligheid van de armen. Zij zullen God zien. De Goddelijke voorzienigheid kan zich pas manifesteren wanneer ik de controle bewaar in zowel de grote als de kleine dingen van het leven" (Catechismus van de RKK § 2547). Ik geef aan de Voorzienigheid de kans zich te manifesteren.

6. De stilte van het graf

Voor ons christenen is stille zaterdag een dag van stilte, wachten en bezinning. We worden er toe opgeroepen om Christus lijden, sterven en graflegging te overwegen. In Psalm 4 mogen we ons niet beperken tot een louter menselijke interpretatie. Met de uitdrukking “rust vinden in God” verwijst de psalmist ook naar een bovennatuurlijke interpretatie. “In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, Heer, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis” (v.9). Het is Christus’ gezang die, wanneer Hij zijn geest legt in de handen van zijn Vader, inslaapt met de zekerheid van de verrijzenis. De christen die zich in vreugde toevertrouwt aan de Heer alvorens naar bed te gaan herbeleeft stille zaterdag na het Lijden van Christus. De stilte van de nacht staat symbool voor de rust in het graf. Kort voor zijn sterven, het binnentreden in de duistere uren van de dood, heeft Jezus de woorden van Psalm 4,9 in de mond genomen: “In uw handen Heer, beveel ik mijn geest” (Lc 23,46). Tot op zijn sterven aan het kruis was Jezus bevangen door het psalmgebed! In een plechtige daad, met een luide kreet, beveelt Jezus zijn geest in Gods handen. In psalm 4 komt de geestelijke vreugde en het vertrouwen in God uitvoerig aan bod. Alles wat hier geschreven staat, dienen wij ons als een spiegel voor te houden. Bij het hernemen van de woorden van deze psalm, het Woord Gods, ben ik ervan overtuigd dat God bij mij is wanneer ik slaap. Wanneer we ons leven plaatsen in het licht van psalm 4, wordt mijn hart verruimd en open gesteld voor de ander.

Conclusie

Bij het overwegen en het bidden van de psalmen, moeten we er ons bewust van worden dat het geluk niet buiten ons ligt. God heeft ons geschapen opdat we gelukkig zouden zijn, niet opdat we bedroeft of wanhopig zouden zijn. Hij verlangt slechts een ding: ons te helpen de ware vreugde en het ware geluk te vinden, het geluk dat niet afhangt van wat er zich rondom ons afspeelt, maar van zijn aanwezigheid in ons.Laat de zoektocht naar het aardse geluk niet de drijfveer zijn in onze zoektocht naar God. Het totale geluk, volkomen en zonder grenzen dat God ons belooft, is de overtuiging dat iedere christen in eeuwigheid met God mag leven.Net zoals alle Joden heeft Christus deze psalm gebeden tijdens de avondliturgie. Hij moet zich deze psalm op een bijzondere wijze hebben toegeëigend wanneer hij zijn dood en verrijzenis verkondigde. Net als Hij herkent de gelovige vol vreugde en vol vertrouwen de wonderdaden van de Heer, want “Hij schenkt wie Hij lief heeft de slaap” (Ps 126,2). Wanneer we onze vreugde en vertrouwen plaatsen in God, zijn we reeds op de goede weg, want we zijn op weg mét de Heer. De vis heeft niet nodig om te voelen dat hij in het water zit. Met de nachtrust bevinden we ons reeds in de palmen van Christus’ handen.

Broeder Philippe

∧ top