Orval Jongeren in Gebed OJP

Inleiding donderdag 9 augustus 2018


Heilige PaulusDe uitdaging van een bekering

De heilige Paulus was iemand die, net als de Emmaüsgangers, onderweg was.  Hij was meer dan teleurgesteld door die Jezus van Nazareth: hij beschouwde Hem in feite als een tegenstander, zelfs een gevaarlijke vijand van het joodse geloof.  Maar ook hij was niet alleen op weg, Jezus wandelde op mysterieuze wijze met hem mee.  Hij gaat hem op een geheel andere wijze de Schriften uitleggen.  Hij zal helemaal uit evenwicht zijn van de wijze waarop Jezus, doorheen de Schriften en Zijn eigen woorden uitlegt wie God is voor ons.  En wat wij zijn voor Hem. Een korte schets van wie Paulus wasEen man die leefde op het snijpunt van twee grote culturen :- De joodse cultuur ( hij heette Saulus voor de joden)- De Grieks-Romeinse cultuur (hij heette Paulus in het Grieks)
Zelfs als hij al misschien geboren is in Jeruzalem, is zijn familie vrij snel naar Tarsus verhuist, (op de huidige Turkse kust) dat gekend was voor zijn scholen van hoog niveau.  Hij  kreeg een Rabijnse opleiding bij een grote joodse meester, Gamaliel, te Jeruzalem.  Het was een opleiding van hoog niveau in de
Een opleiding tot de Schriften van hoog niveau, goed vindbaar in zijn geschriften.Une formation aux Ecritures de haut vol, bien repérable dans ses écrits.
Hij was een deel van de spirituele school die de Farizeeën heette(NB : De visie van de Farizeeën is vaak nogal polemisch in de evangelies, maar deze dateren maar van een vijftigtal jaren na Christus. Op dat moment was de polemiek tussen de christenen en de Farizeeën nogal fel, want het is in deze jaren dat de Farizeeën de christenen definitief uitsloten uit de synagoge.)
Het Farizeïsme is geboren in de eerste eeuw voor Christus op een moment dat Palestina bezet was door de Grieken die weinig respect toonden voor het joodse geloof. Het Farizeïsme wilde de joodse identiteit bewaren door zich te focussen op het verschil: de centrale plaats die de Thora inneemt.   Zij wensten de Wet ten volle na te leven, niet  louter de 10 'geboden', maar ook de 631 voorschriften die er uit voortvloeiden voor hen.  Men was bijzonder gemotiveerd door de verschillen te onderlijnen en zodoende insisteerde men vooral op de geboden betreffende de reinheid: (Heb niets gemeen met de goddelozen en de  onreine) en dus beschouwde men deze als mensen waarmee men niet mocht omgaan.  Het ging dan over zij die zeker slecht zouden doen, de zondaars, maar ook de zieken, de buitenlanders (geer als zijnde buitenlanders die niet besneden waren) de melaatsen, ...Het gevolg was een maatschappij die verdeeld was in naam van de religie, met belangrijke uitsluiteingen, een tweedracht tussen reinen en onreinen, met het risico om die reinheid, die perfectie, die uiterlijke kant meer in het daglicht te stellen dan de kant van het hart.  Dat is dan juist waar Christus vragen bij stelt. (In de lijn van de profeten voor Hem die reeds verschillende malen zagen dat deze wettelijke logica zich nestelde in de maatschappij)
Paulus beschouwde zich als een wetsijveraar, een militant van deze radicale interpretatie omtrent identiteit ( te meer daar men in een wereld leefde waar de heidenen de dominante groep vormden).
Vandaar het feit dat de gelovige een vervolger van christenen wordt. - Men ziet dat hij meer is dan een toeschouwer van de steniging van Stefanus.  Hij keurt deze wijze van terechtstellen goed. - Deze Stefanus is een Griek (men zegt een helleen) die sympahtie vertoonde met het joodse geloof et die vandaar overgegaan is naar het Christelijk geloof.   - Al stervende houdt hij een rede waarin hij de Wet en de Tempel relativeert, dat was een tendens bij de Grieken die het joodse monotheïsme aanhielden maar die Christus relativeringen van een bepaald aantal voorschriften omtrent identiteit (zoals voedselvoorschriften, koosjer- offers omtrent de reinheid)  Hij lijkt regelmatig de muren neer te halen die de scheidingen in geloof juist bewerkstelligen,  vooral als het erom gaat om naar de andere toe te gaan, om te dienen om de andere goed te doen (zoals genezen).  Bovendien is het voor het christelijke geloof, wat een centraal punt is, niet vooreerst de regels die tellen, het is Iemand die telt, de persoon van Christus zelf: Zijn wijze van God lief te hebben, Zijn wijze om iedereen lief te hebben, dat is wat de Wet maakt in het Christendom.   Voor Hem, wat ons redt, het heil, is wat ons leidt naar het werkelijke leven, het koninkrijk Gods, dat is niet het opstapelen of verzamelen van waarnemingen, maar het ontdekken dat we geliefd zijn door God op de wijze waarop Christus van iedereen houdt, gratis, zonder voorwaarden, ongeacht wie hij is en van waar hij weze...   En in antwoord hetzelfde doen en liefhebben om niets, gratis. 
Christus was niet tegen de Wet, noch tegen de voorschriften en geboden: zij zijn de wegen  die ons voorgesteld worden om God en onze naaste werkelijk lief te hebben ...  maar met onderscheiding. 
Nochtans zijn er ook valkuilen  aan bepaalde wijzen van het interpreteren, observeren van de wet, wanneer men geen juiste hiërarchie in de naleving kent, wanneer men het centrale punt uit het oog verliest, hetgeen uiteindelijk bedoeld wordt?  En dat de naleving een doel 'an sich' wordt, een wijze om zichzelf te waarderen, een manier om zijn zelfbeeld te dienen en niet een dienst aan God, voor God en zijn naaste. 
Wat gebeurt er eigenlijk op de weg naar Damascus waar Paulus naartoe trekt met een mandaat om de Christenen in de gevangenis te werpen, om hen naar Jeruzalem te brengen ...  zonder twijfel om hen vervolgens te stenigen? ( in feite gaat hij te Damascus 'hellenen' zoeken die Christen geworden zijn, die mensen die hij beschouwt als een bedreiging want zij noemen zich jood op de wijze als Christus maar relativeren net als Christus een hele resem voorschriften die Paulus als onaanraakbaar ziet!)
De gebeurtenis op de weg naar Damascus vertelt de Heilige Lucas drie maal in de handelingen en op een ietwat spectaculaire wijze- naargelang de omkering die Paulus meemaakte.  Maar als Paulus er zelf over spreekt, doet hij dat soberder: hij zegt dat hij 'getroffen is door Christus', gegrepen door  Hem. (Fil 3,12)Om over deze innerlijke ervaring te spreken zegt hij: 'God heeft aan mij Zijn Zoon geopenbaard' (Gal 1,16)  En hij hoort Christus hem ondervragen: 'Saul, Saul, waarom vervolg je MIJ?' - 'Wie bent u Heer?'- 'Ik ben Jezus die jij vervolgt!'    'Waarom vervolg jij mij?' ...Wat gebeurt er?  Wat verlicht de Geest bij hem?Zonder enige twijfel verschillende zaken, waaronder onder andere: - Dat Christus, veroordeeld en ter dood gebracht door de hoge priesters, gekruisigd als een Godslasteraar , de ware Messias is, ondersteund door God...  wat alles verandert.   Er is dus een andere wijze om de Wet te volbrengen - niet onverzettelijk (onbuigzaam).
- Waar integendeel, door zijn onbuigzame naleving naar de letter van de Wet Paulus gemaakt had tot een man van geweld en dood. 'Waarom vervolg jij mij?'  Door de volgelingen van Jezus te vervolgen lijkt het bijna of hij Jezus opnieuw kruisigt.  Hij voert de Wet uit ... en dat maakt van hem iemand die dodelijk is .... hoe is dat mogelijk, kunnen gebeuren?
- Als God hem openbaart dat zijn Zoon de Opgestane Messias is ... Welnu- als Jezus dit deed voor allen op het kruis- in de naam van God Zijn Vader, dan vergeeft Jezus ook aan hem  'want hij weet niet wat hij doet'  - meer zelfs,  Hij, Paulus de geweldenaar, de vervolger, hij die dood zaait, is nu geroepen om getuige te worden van Christus.  Hem wordt gevraagd te vertrouwen op het feit dat God hem vertrouwt ... ondanks zijn imperfecties. 
- Deze onthulling, de roep, dit vertrouwen ... God geeft hem deze 'gratis'.  Alhoewel hij nu een zondaar is, alhoewel hij het niet 'verdient' dat men hem vertrouwen schenkt, God gelooft in hem en heeft hoop in hem!  "Sta op, ga de stad in en men zal u zeggen wat u moet doen".  En daar treft hij Ananias aan wie God juist zei 'deze man is een instrument dat  gekozen heb om mijn naam te verkondigen".
Wat komt deze plotse openbaring van Christus en Zijn evangelie het leven van Paulus verstoren. Hij otdekt een gezicht van God dat hem verborgen was...  en dat Christus verlangt aan ons te onthullen, openbaren. Om het eenvoudig te zeggen: De God die Christus ons is komen openbaren- door zijn Evangelie, door zijn manier van zijn en door zijn woorden - is een God waarvan we men de liefde niet moet verdienen : men moet niet betalen om door Hem geliefd te worden, noch door de offers en devoties te vermenigvuldigen, noch door de 613 geboden, voortvloeiend uit de Wet, perfect in ere te houden, noch door ernaar te streven perfect te zijn in deugden.  (wat op zich al onmogelijk is en daar was Paulus zich goed bewust van): hij had reeds een voorgevoel dat het geloof eerst gezien als een verplichting van het vervullen van een aantal normen een moralisme van 'ik moet' - 'jij kan niet'- 'het moet'- als een wijze van nastreven van hetgeen Jacques Arène de 'tirannie van de perfectie' noemt, Paulus stelt vast dat dit iets wanhopigs is want het is volkomen onhaalbaar tenzij men over zichzelf een illusie maakt. Wat hij heeft ontdekt in zijn 'bekering' is de superioriteit van wat hij 'genade' noemt.   De God die ons openbaart dat Christus diegene is die ons gratis, om niet, liefheeft 'sedert alle eeuwigheid'- 'zonder verdienste van onze kant'.  Hij is alle 'barmhartigheid', hij heeft ons 'geadopteerd' zonder voorwaarden, om niet, zonder dat we Hem iets moeten bewijzen.  Hij spreekt over 'genade' om deze 'gratis' liefde te benadrukken, 'die genade schenkt' ... die zich aanbiedt en zichzelf 'genadevol' schenkt - die zich geeft ondanks (par-déla  overkant eigenlijk) onze gebreken en ons gebrek aan wederkerigheid. Het jodendom heeft altijd de intuitie gehad dat het feit dat God Abraham, Isaak, Jakob, Mozes en heel zijn volk heeft uitgekozen (het kleinste onder alle volken) om niet was, gratis:Citaat uit de schitterende tekst van Ezechiël 16, 3-83Ge moet zeggen: Zo spreekt Jahwe de Heer tot Jeruzalem: Naar afkomst en geboorte ben je uit het land van Kanaän; je vader was een Amoriet, je moeder een Hethitische. 4Toen je geboren was werd je navelstreng niet doorgeknipt; je werd niet met water gewassen, ter reiniging; je werd, toen je ter wereld kam, niet met zout ingewreven noch in doeken gewikkeld. 
5Niemand had medelijden met je of ontfermde zich over je om voor je te zorgen. Op de dag van je geboorte werd je in het vrije veld te vondeling gelegd, omdat men aan jouw leven geen waarde hechtte. 
6Toen kwam Ik langs je en toen Ik zag hoe je daar lag te trappelen in je bloed, sprak Ik tot je: 'Blijf leven! Blijf leven!' sprak Ik tot jou, terwijl je lag te trappelen in je bloed. (dit wordt in sommige schriften tweemaal herhaald)
7Onder mijn zorgen groeide je op als een veldbloem; je groeide op, werd groot en zeer schoon; je borsten werden rond en je haar groeide, maar je was nog altijd moedernaakt. 8Toen Ik weer langs kwam, zag Ik dat voor jou de tijd van de liefde was gekomen. Ik spreidde de slip van mijn mantel over je uit en bedekte je naaktheid. Ik zwoer je trouw en ging een verbintenis met je aan; je werd de mijne, luidt de godsspraak van Jahwe de Heer.
Maar er is een omkering die zich kan voordoen op het spirituele en morele ...   men vergeet deze gratuiteit... die ons nederig laat, helemaal klein maakt  voor deze immense goedheid van God...  En een beetje hoogmoedig, men zegt ...  in het diepste van de liefde moet men ze verdienen en ik ben er toe in staat ...  Dient men zich niet te bewijzen aan mij (en aan God en aan anderen) dat ik op hetzelfde niveau ben?  Of men zegt tegen zichzelf: kan God echt van ons houden zonder voorwaarden, gratuit, om niets...  Kan ik me voor Hem vertonen met lege handen, dient men niet te bewijzen dat wij beminnenswaardig zijn...  Het is dan dat men offers brengt, dat mijn de geboden respecteert, het is dan dat men liefheeft om zelf bemint te worden, dat men zich beminnenswaardig toont, waardevol...  Met het risico dat men zich van de anderen bedient om door God erkent te worden, of door zichzelf... Wat de heilige Paulus ontdekt is samen te vatten in deze formule die Luther goed begrepen heeft: "het is het geloof dat redt en niet de werken".Het is het geloof, het is te zeggen het geloof als vertrouwen (confiance kan ook geloof en gerustheid betekenen) en de liefde van God die mij bemint zoals ik ben, het is dat dat redt, dat leidt naar een gelukkig leven; et het is niet de vermenigvuldiging van onze werken om onze perfectie te bewijzen en te verdienen om als beminnenswaardig erkend te worden.  Het is waar dat wij geroepen zijn om God en de anderen actief lief te hebben (geen geloof zonder werken, in deze zin te verstaan hier), maar volgens de logica van Christus,  volgens de logica van "Zijn Koninkrijk" (maar al te vaak vergeten).  Deze liefde die wij leven geven wij niet om door Hem geliefd te zijn, noch om zijn liefde te verdienen, maar wij proberen lief te hebben en te antwoorden op deze eerste liefde die ons steeds voorafgaat!  Wij geven deze liefde, die ons gegeven is en zonder dewelke wij maar weinig zouden voorstellen, terug: de liefde krijgt men altijd en men krijgt ze om geven en delen te zijn. Het is een fout om over de, ons door Christus geopenbaarde, God te geloven door onze offers, onze gehoorzaamheid (observance is gehoorzaamheid, naleving) en onze deugden, wij verdienen zijn liefde en zijn vergiffenis. Het is een andere fout te geloven dat God ons zou kunnen straffen, ons beproevingen zou sturen omdat we niet tot juiste niveau zijn gekomen, of gebreken in verband met gehoorzaamheid zouden vertonen of de deugden an sich (het gebrek aan deugd kan ons leiden tot impasses, tot wegen die leiden naar de dood... het geweld lokt de dood uit ...  maar deze dood, het is niet God die deze dood ons zendt.)Het is een andere fout te geloven dat God de ene wel bemint en de anderen niet, overeenkomstig hun eigenheden:  hun nationaliteit, hun ras, hun sociale rang, hun geloof, hun seksualiteit, hun meningen ...Het risico van farizeïsme dat verdeelt, dat een onderscheid maakt tussen de reinen en de onreinen- en dat Paulus zelf leefde, hij vermeldt het zelf-  is in feite geworteld diep in elk van ons 'ergens': in onze relatie met God, het is niet zonder moeite dat wij geloven in Zijn onvoorwaardelijke liefde. Wij hebben moeite om te geloven dat wij door Hem bemind worden, zelfs als we met onze handen leeg steen (soms wringt dat een beetje, wij zijn zodanig ons ervan bewust dat God ( en ook de anderen) het geluk hebben ons te hebben!  Deze nederigheid en dit instemmen met de gratuit van Zijn liefde is een waar spiritueel gevecht).nous avons peine à croire que nous sommes aimés de lui, même quand nous arrivons les mains vides… (parfois cela nous vexe un peu : nous sommes tellement conscients que Dieu (et aussi les autres) ont de la chance de nous avoir ! Cette humilité et ce consentement à la gratuité de son amour sont un vrai combat spirituel). lijkt bizarMaar het is ook waar in relaties met de anderen: wij zoeken zo vaak, onbewust, naar de perfectie - de perfecte vriend zijn, de collega of het perfecte kader zijn, de moeder, de echtgenoot, de religieuze, de perfecte monnik...  de model medewerker, het perfecte koppel, de perfecte ouders, ...  - het is door vrijgevigheid zonder twijfel, maar ook -laat ons het maar erkennen- om eigenlijk subtiel zelf erkend te worden, om hun liefde te verdienen, (waardig te zijn), om hun achting te verdienen, om in wederkeren ook betaald te worden.  Het is dat wat zich goed verstop tin de zinnen die vaak gezegd worden door de mensen die ontgoocheld zijn omdat men geen rekening hield met hun verdiensten en hun vrijgevigheden...  :"Als ik denk aan al wat ik voor jou gedaan heb?"...En dan, in het relationeel en affectief leven, in onze relaties met onszelf is er ook die angst, deze geheime angst: ben ik beminnenswaardig, ben ik waardig?   Wij zij niet zo zeker dat men om niets bemind kan worden...  zonder dat we het voortdurend moeten verdienen...  ondanks onze gebreken, onze fouten, onze imperfecties.  En het ergste is dat 'de wereld', de maatschappij ons dat regelmatig doet verstaan dat het zo werkelijk zou zijn: als jij erkend wil worden, bewijs het!  Ongelukkig aan de nietswaardige!  Men doet ons regelmatig verstaan dat het door onze rentabiliteit, onze prestaties, onze goede resultaten, onze offers voor de onderneming...  dat al dat ons verdienstelijk (achtenswaardig) maakt, dat dat ons enige "eerbied" (achting).... en soms promoties, bonussen!... Welnu (or) Christus komt ons verlossen van deze angsten, van deze benauwdheden (angoisses) over van onze imperfecties, onzuiverheden. Christus  vraagt ons slechts één ding: vertrouwen( confiance is ook geloof gerustheid) hebben in Zijn vertrouwen!  Wat ons in Christus gevraagd wordt is: geloof!  Het is durven 'vertrouwen'(kan ook geloven zijn) te hebben en te geloven in deze immense liefde... onvoorwaardelijk van een God die ... gelooft in ons... en die ook hoop heeft in ons ondanks onze zwakheden en onze gebreken - en we hebben er allemaal... Het is hij die ons geneest van onze "minachting van onszelf" (déconsideration is minachtig, verlies van achting, aanzien): God verlaagt ons nooit tot onze mislukkingen, tot onze zwaktes, zelfs niet tot onze zonden.  Het is dat dat ons bevrijdt en dat ons ook geneest van onze valse superioriteit over anderen...  Deze noodzaak van zich superieur te voelen...  om zich iemand te voelen!Het is dit geloof in deze onvoorwaardelijke liefde die ons hart geruststelt (stilt). Die ons bevrijdt van de noodzaak te lopen op de toppen van onze tenen om ons op het juiste niveau te voelen...  In feite, de perfectie...  is durven geloven dat wij altijd geliefd zijn ondanks onze gebreken, imperfecties... en dat men altijd opnieuw kan vertrekken, geroepen en gewild door God. Wat Christus ons voorstelt is deze omslaande ervaring( van uit ons lood geslagen te worden) die Paulus op de weg naar Damascus ook ervoer:  Hij heeft werkelijk deze openbaring dat God, zoals door Jezus verkondigt een God van barmhartigheid is.  En het is dat dat volstrekt nieuw is voor hem, deze welwillende(kan ook vriendelijke) barmhartigheid, dat is het wat de Wet is bij Hem telkens als hij ons bekijkt.  Durven geloven dat Hij naar ons toekomt op onze wegen, zelfs als wij met geweld naar God kijken, naar de anderen of naar onszelf. (violence kan ook opvliegendheid, betekenen.)  Paulus is nooit teruggekeerd van dat: "Ik die een lasteraar Gods was, vervolger en geweldenaar, Hij heeft mij barmhartigheid betoont, omdat ik door onwetendheid handelde en niet door geloof" (1Tm1,13)Voor Paulus, is deze genadevolle God dus een God die 'genade shcenkt', een"God die rijk is aan barmhartigheid, (eleos) omwille van een grote liefde waarmee Hij ons liefheeft.  (Ef2,1-7) En wij lezen in (Ti3,4-7):" Toen God, onze Verlosser, zijn goedheid en zijn liefde betoonde aan de mens(filantropie), heeft Hij ons gered, niet omwille van de juistheid (rechtvaardiging) van zijn eigen daden, maar door zijn barmhartigheid".  Hier ziet men goed het heil door de genade, is het equivalent voor de Heilige Paulus als het heil door de barmhartigheid Gods.  Een God "groter dan ons hart".He is te duidelijk dat de Heilige Paulus niet het belang van het antwoord op deze genade en barmhartigheid onderkent.  Voor hem, de daden van rechtvaardigheid, deze aanpassing(ajustement kan ook vereffening en correctie betekenen) aan God, en ook het feit dat het samenleven  wetten kent, dat er legitieme voorschriften zijn, dat er een christelijke ethiek is (zijn brieven tonen hoezeer hij erover waakt in de gemeenschappen die door hem gesticht werden).  Maar zij kommen tussen in de innerlijke vereisten die de antwoorden zijn en vormen op deze gratuite liefde Gods voor elkeen. Paulus is dus diegene geworden die gelooft in die God die Christus ons geopenbaard heeft, met wie hij twee grote ontdekkingen doet:- de ontdekking van een andere God: barmhartig zonder voorwaarde ... - de ontdekking van een andere wijze van mense zijn: men is geliefd onafhankelijk van zijn kwaliteiten, van zijn prestaties, van zijn eigenheden De ontdekking van een andere wijze van het begrijpen van onze identiteit. Hij hervindt een nieuwe identiteit.  Geen gesloten identiteit waar onze gelijke en onze naaste diegene is die van hetzelfde ras, van dezelfde stam, dezelfde religie is, die de wereld verdeelt tussen zij die gelovig zijn en die God liefheeft -  zij die eventueel minder getrouw zijn... en vervolgens de "niet gelovigen"...  Deze identiteiten zijn snel "dodelijk" (Amin Maalouf). Paulus is de weg gegaan van een open identiteit: gefundeerd op die God die elkeen verwelkomt zonder voorwaarden of reserves: zonder te kijken naar de prestaties, de successen, de loyauteit, de eigenheden van allerlei soorten (joden, heidenen/mannen, vrouwen/slaven, vrije mensen) - een universele liefde gratis, gratuit gegeven aan ons allen.  Een blik en een benadering naar anderen toe gebaseerd op "de genade" en zijn logica - waar elkeen zoon en dochter Gods is: waar elkeen aan mij toevertrouwt is als een broer, als een zus om lief te hebben.  Waar ik uitgenodigd wordt om aan de andere deze open ontvangst ten geschenke te geven die Christus is, en heeft, voor mij en voor allen. 
Voor Paulus was dit een 'nieuwe geboorte" - die nooit eindigt... En dat is voor hem leven als gedoopte: - Volledig "ondergedompeld" zijn in deze liefde Gods die ons nooit verlaten zal.  - Sterven aan wat niet duidt op die gratuit, aan de angst van niet waardig te zijn, aan de verleiding van de uitsluiting, van minachting - die ook nooit eindigt!- Voortdurend herboren worden in het vertrouwen, in de vrede van wie zich geliefd en vergeven weet, in de liefde die zich verder wil zetten, delen, aankondigen, getuigen van wat ons om niets gegeven is. 
Men heeft me gevraagd om enkele consequenties te trekken uit deze bekering van Paulus over de wijze van onderscheiden van wat Christus verwacht over de keuzes in mijn leven...  In feite stel ik voor dat u zelf er in groep op antwoord!!!Deze bekering die Paulus beleefde, in wat helpt deze mij:- om te leren een relatie met mezelf te leven die geruststellender en vertrouwder is - meer verantwoordelijk is ook - om te begrijpen wie die God is die ons door Christus is geopenbaard: welke God verkondigt Hij ons?  In welke mate is de ervaring van Paulus ook een 'revelatie' voor mij?  Wekt zij tegenstand op in mij? - om te begrijpen wie die God is die ons door Christus is geopenbaard: welke God verkondigt Hij ons?  In welke mate is de ervaring van Paulus ook een 'revelatie' voor mij?  Wekt zij tegenstand op in mij? - om te begrijpen wat mijn daden drijft, motiveert?  De, misschien soms ambiguë motiveringen van mijn engagementen, van mijn edelmoedigheid?  De angsten die ik ken en hoe ik me ervan kan verlossen. - om een meer open relatie met de andere te begrijpen en te leven?  meer gratuit?  en wat kan me  helpen om tot deze grotere ontvankelijkheid, deze universele welwillendheid te komen.  Wie  kan me hierin helpen? 
+ Jean-Luc Hudsyn 

∧ top