|
In
deze cylindroconische gisttanks wordt pur gist geaaid.
Dat de gist verantwoordelijk is voor het gisten, werd in pas
1830 ontdekt. Deze micro-organismes werden voor het eerst afgezonderd
door de Duitse biochemicus Mayer. Hij gaf ze de naam saccharomycen,
de wetenschappelijke benaming van "suikerzwam". Na
Pasteur isoleerde de Deen Hansen de zuivere gist op lage temperatuur
en vervolgens de zogenoemde 'hoge' gist. In Orval gebruiken
wij een welbepaalde stam van deze hoge gist. De wort gaat nu
sterk gisten en bedekt zich met een schuimlaag en tot slot met
gist. De hoofdgisting duurt vier tot vijf dagen. De gist werkt
tussen 15 ° C en 23° C en komt, als de gisting afgelopen
is, samen met het schuim aan de oppervlakte van het bier drijven.
Na de gisting, wordt het nog troebele jongbier
overgepompt naar lagertanks. Daar rijpt het, krijgt het
een betere smaak en verzadigt het zich met koolzuurgas. De lagering
duur twee tot drie weken op een temperatuur van 15 °C. In
deze tanks wordt gist toegevoegd die met de grootste zorg in
het laboratorium van de brouwerij van Orval werd bewaard en zich
door de nagisting op tank ontwikkelt, en zo het bier van Orval
zijn heel aparte zurigheid geeft. Een nagisting in de lagertank
verleent het bier zijn onvergelijkbare smaak, terwijl de verse
hop die toegevoegd wordt, het bouquet versterkt.
De
hop, die slechts laat opdook als smaakmaker bij het brouwen van
bier, is een gewas met tal van toepassingen. Hij staat bekend
voor zijn gebruik in de geneeskunde, maar werd vooral industrieel
gekweekt voor de brouwerijen. De beroemdste variëteiten
zijn de Beierse Hallertau, de Sloveense Styrian Golding en de
Elzasser Strisselspalt. Deze
hop wordt gebruikt om smaak te geven aan het bier van
Orval. Vóór de botteling wordt het bier gecentrifugeerd,
om de dode gist en de zwevende hopdeeltjes te verwijderen. Tijdens
deze behandeling worden vloeibare kandijsuiker en verse gist
toegevoegd en gedoseerd om de gisting op fles voor te bereiden.
 In
de sterk gemechaniseerde afvulzaal wordt het bier van
Orval, op een ritme van 26 000 flessen per uur, in flessen van
33 cl gebotteld.
Ongeveer
drie tot vijf weken lang, hergist het bier
van Orval op fles in luchtgekoelde opslagkamers op een temperatuur
van 15°C. Dit is een gelijkaardig proces als de
hoofdgisting. Het koolzuurgas dat door de gisting ontstaat, verzadigt
het bier en draagt zo bij tot de vorming van een romige schuimkraag.
Pas
twee
maanden na het brouwen, en na talrijke kwaliteitscontroles,
verlaat het bier van Orval de brouwerij. Tal van consumenten
zullen er met volle teugen van kunnen genieten, als ze volgende
regels naleven :
Bier is een even delicate drank als wijn en moet worden bewaard
op een donkere plaats en op een temperatuur tussen 10 en 15°C.
Het wordt op die zelfde temperatuur ook geserveerd in zijn oorspronkelijk
glas. Het bezinksel wordt apart opgedronken.
Naargelang van de leeftijd van het
bier in de fles, zal de smaakervaring verschillen. Zeer jong
bier wordt gekenmerkt door een bouquet van verse hop, met een
fruitige noot en een uitgesproken bitterheid in de smaak, een
lichte sluier en een minder vaste schuimkraag dan bier dat zes
maanden oud is. Dit heeft dan weer een bouquet dat bestaat uit
een mengeling van gistgeuren en overjarige hop. De bitterheid
is meer verspreid en de smaak evolueerde naar een lichte zurige
toets, met snuifjes gist en karamel. Bier van zes maanden en
ouder, dat zonder het bezinksel wordt geserveerd, ziet er bijzonder
glanzend uit. Het zal minder glanzen als het op een temperatuur
van 7° tot 8° wordt geschonken.
De brouwerij geeft de consument alle
nodige informatie, rechtstreeks op het etiket, over de bottelingsdatum
en de houdbaarheidsdatum. Elke consument weet dus precies hoe
oud het bier van Orval in kwestie is en of hij het snel of minder
snel moet opdrinken, naargelang zijn voorkeur voor jong bier,
een bier dat enkele maanden of enkele jaren oud is.
 Kaasmakerij
| Trappist Een bier met liefde gebrouwen, drink je met verstand |