|
| De kaasmakerijj |
|
|
|
|
||
|
De melk, basisgrondstof van de kaas, wordt in de omliggende hoeven opgehaald. Deze boerderijen bevinden zich in de Gaume-streek, het zuidelijkst gelegen deel van België, waarin ook Orval gelegen is. De melk wordt direct na het melken naar de kaasmakerij vervoerd. Wij gebruiken dus uitsluitend verse en niet behandelde melk. Onmiddellijk na aankomst van de melk wordt elke levering gecontroleerd op de kwaliteit. |
||
|
Het productieproces begint met het pasteuriseren van de melk. Zo worden eventueel schadelijke micro-organismen geëlimineerd. |
||
|
Vervolgens wordt de melk opgewarmd tot 33°C en overgepompt naar de productiekuipen om er te stremmen. Voorafgaand wordt stremsel toegevoegd om het stremmen van de melk te bevorderen en het productieproces te regelen. Het stremmen is de overgang van de vloeibare toestand van de melk naar een meer vaste vorm, wrongel genoemd. Door toevoeging van leb, een substantie die aanwezig is bij het kalf, krijgt de melk in enkele minuten tijd het aspect van een flan. Terwijl de wrongel harder wordt, bepaalt de kaasmaker het belangrijk tijdstip van het snijden. De gestremde melk wordt dan gesneden door middel van een draad om de wei te scheiden van de wrongel, dat de basis van de kaas is. Vervolgens wordt lactose (melksuiker) vervangen door water, werkwijze die nochtans niet verplicht is bij niet-gekookte halfzachte kazen. |
||
|
Nadat door het snijden wei en wrongel gescheiden werden, moet de wei verwijderd worden. Dit wordt draineren of uitlekken genoemd. Bij kaas met een hoger gehalte aan droge stof zoals de halfzachte kaas wordt het uitlekken door persen versterkt. De fabricatiekuip wordt leeggegoten in de voorpers ; door de geperforeerde bodem kan de wei weglopen. |
||
|
Vervolgens wordt de kaas in gietvormen gebracht. Terwijl de kaasmaker de fabricatiekuip kuist, brengt iemand anders de vooraf gesneden blokken wrongel over naar de vormen. Deze zijn voorzien van gaten, waardoor de overgebleven wei afgevoerd wordt. Van deze vormen hangt de uiteindelijke vorm van de kaas af, in dit geval de vorm van een brood. Een transportband brengt de met wrongel gevulde vormen naar een tunnelpers, waar zij automatisch op rijen van 10 geplaatst worden. |
||
|
Het persen van deze vormen gebeurt in één keer. Door de toenemende druk wordt de korrelige wrongel omgezet in een homogene massa. Een luchtkussen onder de bovenkant van de pers zorgt ervoor dat de druk op de verschillende vormen identiek is. Aldus worden de kazen op een uniforme manier geperst, onafhankelijk van hun grootte. |
||
|
Na het persen worden de kazen uit de vormen verwijderd en per 10 in manden geplaatst. Ieder lot wordt voorzien van een code, die identificatie toelaat tijdens het affineren en tijdens de commerciële distributie. |
||
|
Vervolgens komt het pekelen van de kaas. Dit geeft meer smaak aan de kaas. Daarenboven is zout een goed bewaarmiddel en beschermt het tegen zekere micro-organismen. In Orval worden de kazen gedurende enkele uren ondergedompeld in een pekelbad. |
||
|
Nadat de kazen uit het pekelbad komen
volgt het affineren. Dit is essentieel voor het bekomen van een
kwaliteitskaas. De rijke, typische smaak ontwikkelt zich, de
textuur van de kaas verbetert en wordt soepel en romig. Tevens
wordt hier de korst gevormd. Het affineren gebeurt in een speciaal
daartoe bestemde ruimte waar het rijpingsproces onder zeer precieze
parameters verloopt : luchtvochtigheid, temperatuur en luchtverversing.
Om goede kaas te maken is werk en tijd nodig. In Orval duurt
het affineren 3 weken. |
||
|
Vervolgens worden de kazen mechanisch
ingepakt, gewogen en voorzien van een etiket. Op het etiket staat
volgende informatie afgedrukt : fabricatienummer (= lotnummer),
het erkenningsnummer van de kaasmakerij, het gewicht, de inpakdatum,
de houdbaarheidsdatum die 75 dagen bedraagt vanaf de datum van
inpakken. De kazen worden verpakt in een speciaal vetpapier dat
te sterk uitdrogen voorkomt en tegelijkertijd vochtwerend is. |