|
Orval...
een cisterciënzerklooster-gemeenschap tussen de andere.
Hoe drukt de cisterciënzerorde van de strikte observantie
in haar Constituties (1990) haar project voor het monastieke
leven uit als erfenis van de kristelijke kloostertraditie en
van haar eigen geschiedenis ?
De cisterciënzerlevenswijze is
"cenobitisch" : de cisterciënzermonniken zoeken
God en volgen Christus door te leven onder een Regel en een abt
in een bestendige gemeenschap, school van broederlijke liefde.
Alles is hun gemeenschappelijk want zij zijn één
van hart en één van ziel. Elkaars lasten dragend
vervullen zij de wet van Christus en door deel te nemen aan Zijn
lijden hopen zij het Rijk der hemelen binnen te gaan.
Het klooster is een school voor de
dienst van de Heer. Christus wordt er gevormd in het hart van
de monniken door de liturgie, het onderricht van de abt en door
het samenleven als broeders. Het woord van God vormt het hart
van de monnik en richt zijn leven zodat hij, luisterend naar
de Heilige Geest, kan groeien naar de zuiverheid van hart en
de ononderbroken memoria Dei.
De monniken gaan in het voetspoor van
hen die in voorbije tijden door God werden geroepen tot de geestelijke
strijd in de woestijn. Omdat hun vaderland in de hemel is, houden
zij zich verre van een wereldse wijze van handelen. In eenzaamheid
en stilte reikhalzen zij naar die inneriijke rust waarin de wijsheid
kan ontluiken. Zij verloochenen zichzelf om Christus te volgen.
Met de wapens van de nederigheid en de gehoorzaamheid gaan zij
de strijd aan met hun hoogmoed en zondige opstandigheid. In eenvoud
en arbeid zoeken zij deel te krijgen aan de zaligspreking van
de armen. In hartelijke gastvrijheid breken zij met hun medepelgrims
het brood van vrede en hoop dat zij rijkelijk van Christus ontvangen.
Het klooster weerspiegelt het mysterie van
de Kerk. Niets wordt er gesteld boven de lof van de heerlijkheid
van de Vader. Alles stelt men in het werk om het geheel van het
samenleven af te stemmen op de hoogste evangelische wet, zodat
de communiteit ten volle kan inspelen op elke genadegave. De
monniken leggen zich er op toe mee te leven met het hele Godsvolk
en zich aan te sluiten bij zijn actief verlangen naar de eenheid
onder alle christenen. Want door de trouw aan hun monastieke
levenswijze en door de verborgen apostolische vruchtbaarheid
die hun eigen is, dienen zij het volk van God en de hele mensheid.
Iedere kerk van de Orde en iedere monnik is toegewijd aan de
heilige Maagd Maria, Moeder en Beeld van de Kerk, in haar geloof,
haar liefde en haar volkomen eenheid met Christus.
Heel de ordening van het klooster is
erop gericht de monniken innig met Christus te verenigen, want
alleen als de monnik met heel de drang van zijn hart op de Heer
Jezus betrokken is, kunnen de eigen gaven van de cisterciënzerroeping
in hem tot bloei komen. Alleen dan zullen de broeders gelukkig
volharden in een eenvoudig, verborgen en arbeidzaam leven als
zij volstrekt niets stellen boven Christus, die hen allen samen
geleide tot het eeuwig leven. |